Boekverslag ‘Science Poster Design Guide’ van Dirma Janse

Science Poster Design Guide – A practical guide for designing science posters and visuals, Engels, ISBN: 978-94-6236-174-4, 1e druk, 148 pagina’s, 35 euro (via Boom Uitgevers)

Door Serah Hoeks, bioloog en wetenschapscommunicator 

De Science Poster Design Guide van Dirma Janse is gericht op onderzoekers die een goede poster van hun onderzoek willen ontwerpen. Het beschrijft stap voor stap hoe je te werk kunt gaan, van het verzamelen van informatie tot aan het printklaar maken van de poster. Als wetenschapscommunicator kan je het stappenplan uit dit boek ook prima toepassen op andere visuele communicatiemiddelen. Denk bijvoorbeeld aan de informatiepanelen in musea of dierentuinen. 

In totaal heeft het boek acht stappen: 

  1. Vragen stellen en informatie/inhoud verzamelen 
    2. Doelgroep bepalen 
    3. Een samenhangend verhaal maken 
    4. Een titel bedenken 
    5. Een schets maken 
    6. Ontwerptips (hoe maak je het ontwerp en met welke tools) 
    7. Data visualiseren 
    8. Klaarmaken voor de printer 

Elke stap heeft een eigen hoofdstuk, maar de hoofdstukken over de voorbereiding voor je met ontwerpen kunt beginnen (1 tot en met 4) zijn heel kort. Het boek gaat immers over posters ontwerpen, niet over hoe je pakkende tekst schrijft of over hoe je je poster aanpast aan de doelgroep. Voor advies over tekst tipt Janse wel andere boeken, websites en personen die er meer verstand van hebben. 

De stappen 5, 6 en 7 vormen het leeuwendeel van het boek. Dit zijn dan ook de echte design-stappen. In deze hoofdstukken gaat Janse uitgebreid in op de mogelijkheden, keuzes en computerprogramma’s die komen kijken bij schetsen, ontwerpen en data visualiseren. Daarbij houdt ze goed rekening met mensen die zelden of nooit bezig zijn met ontwerpen. Ze legt relevante vaktaal en het belang van bepaalde keuzes uit, bijvoorbeeld hoe je geschikte kleuren en lettertypes kiest, wat DPI/PPI is en waarom het belangrijk is, en wat de voor- en nadelen zijn van allerlei programma’s en websites die je bij elke stap kunt gebruiken. De uitleg wordt geïllustreerd met verhelderende figuren en voorbeelden.  

Deze uitgebreide uitleg zorgt er wel voor dat het in eerste instantie wat overweldigend over kan komen voor wie voor het eerst een poster gaat ontwerpen. Het geeft dan ook veel stof tot nadenken als je ineens geconfronteerd wordt met tientallen programma’s en websites. Maar als je alles eenmaal gelezen hebt, kan je dankzij de vele informatieve tussenkopjes heel makkelijk informatie terugvinden. 

In de hoofdstukken zelf wordt niet direct duidelijk hoe de praktische toepassing van de stappen eruit ziet. Dat lost Janse op met een to-dolijst en een voorbeeldproject met toelichting bij de keuzes in elke stap. Helaas staan die dus niet in bijbehorend hoofdstuk, maar in een apart onderdeel aan het eind van het boek. Je zit daardoor bij het lezen van elke stap flink te bladeren om bijbehorende to-do’s en het praktijkvoorbeeld te vinden.  

Bij het boek hoort ook de website www.sciencedesignguide.com en dat is wel erg handig, omdat Janse veelvuldig verwijst naar websites met tips, tutorials, tools en inspirerende voorbeelden. Via de website (onder het onderdeel Guide > Resources) kan je die websites makkelijk vinden. Dat bespaart heel wat overtypen. De website heeft overigens nog wel wat kinderziektes: sommige links werken niet, er zijn wat knip-en-plakfoutjes zichtbaar, en het keuzemenu met subpagina’s verschijnt soms plotseling als je met de muis beweegt. 

Conclusie: de indeling van de Science Poster Design Guide had wat praktischer gekund, maar je kunt er wel makkelijk informatie in terugvinden en het boek bevat veel tips en informatie om een goede poster te ontwerpen. De titel ‘guide’ waardig.