Boekbespreking Science journalism, an introduction – ‘Voeg als wetenschapsjournalist een eigen waarde toe aan de bevindingen’

Wat is de missie van een wetenschapsjournalist? Entertainment? Educatie? Het bewaken van de democratie? Volgens wetenschapsjournalist Martin Angler, auteur van Science journalism, an introduction (2017), hangt het er vanaf. Werk je voor een glossy magazine of gratis online nieuwsmedium, dan zie je jezelf waarschijnlijk vooral als entertainer of educator. In dienst van een kritische landelijke krant, zie je jezelf waarschijnlijk vooral als watchdog.

Toch is er wel een missie die ieder die zich wetenschapsjournalist noemt zou moeten hebben, vindt Angler. En dat is dat je aan wetenschappelijke bevindingen een eigen waarde, of eigen invalshoek toevoegt. Als je nooit iets eigens toevoegt, schetst hij, kunnen jouw verhalen zich op een gegeven moment niet langer meer onderscheiden van het toenemend aantal verhalen dat universitaire PR-diensten verspreiden. En ook niet van de verhalen op blogsites die steeds meer onderzoekers beginnen om het publiek rechtstreeks te bereiken.

Journalistiek schrijven
Dus ja, hoe voeg je waarde toe als wetenschapsjournalist? In het Nederlandse taalgebied hadden we al het handige leerboek Journalistiek schrijven voor het hoger onderwijs (2010) van geograaf en schrijver Henk Donkers. Dat behandelt structureel voor wetenschapsjournalisten belangrijke onderwerpen als: Hoe vind ik nieuws, welke genres heb je, hoe bouw ik verhalen binnen die genres op, en hoe verkoop ik ze aan redacties? Lange tijd kon ik niet zo’n handig en goed gestructureerd leerboek in het Engels vinden. Maar met Angler heb ik er toch eentje gevonden. Belangrijk, want ook in Nederland komen er nu Engelstalige cursussen Science journalism, zoals van Radboud In’to Languages waar ik zelf voor werk.

Angler komt met een zeer uitgebreide toolbox waarmee je je als wetenschapsjournalist kunt onderscheiden. Zo bouw je volgens hem een nieuwsartikel als volgt op: lead, background, findings, comments, outlook. Door comments nadrukkelijk een plaats te geven, wordt de wetenschapsjournalist gestimuleerd kritisch na te gaan wat je nu voor commentaar op de bevinding kunt geven. Veel nieuws- en persberichten bevatten niet echt een commentaar, althans geen ander commentaar dan dat van de onderzoekers zelf.

Spannende verhalen
Spannende verhalen kunnen vertellen, verhalen met emotie erin, ziet Angler ook als een mogelijk toegevoegde waarde van de wetenschapsjournalist. Een heel hoofdstuk wijdt hij aan narratieve technieken om emotie in een verhaal te brengen. Dit kun je doen door een conflict centraal te stellen, ineens iets problematisch te berde te brengen, of door een frustrerende zoektocht als rode draad te nemen (gaat dit goed aflopen, moet de lezer blijven denken). Een andere behandelde techniek is het gebruik van kleurrijke beelden. Waarom niet eens een cel beschrijven als een ‘gebakken ei onder een microscoop’?

Nieuwsverhalen zijn er vooral om van te leren, schrijft Angler. Daar zit meestal weinig emotie in. Maar spannende verhalen kunnen twee missies dienen: ze entertainen en de lezer leert ervan. Daarnaast zijn dan natuurlijk nog de verhalen nodig waarbij de wetenschapsjournalist misstanden aan de kaak stelt, en de waakhond rol vervult. Ook daar wijdt Angler een hoofdstuk aan.

Interviewen
Al met al is het boek een aanrader voor beginnende wetenschapsjournalisten omdat basistechnieken zoals interviewen, nieuws vinden en pitchen goed worden uitgelegd. Ook besteedt de auteur een heel hoofdstuk aan hoe je een carrière in de wetenschapsjournalistiek kunt opbouwen. (Tip: kweek een olifantenhuid om alle afwijzingen van je pitches te overleven).

Maar als beginner zou ik wel een behoorlijk aantal gepresenteerde technieken overslaan, om niet overvoerd te worden. Het lijkt mij zelf behoorlijk lastig om in verhalen over wetenschap romantechnieken te gaan gebruiken als flashforwards (vooruitlopen op wat er gebeurt en dan weer terug naar het verhaal gaan), of nested stories (verhalen binnen een verhaal vertellen). Ook schrijven voor zoekmachines is niet makkelijk. Maar voor de ervarener wetenschapsjournalisten zijn dit nu juist wel de technieken waarmee ze zich echt kunnen onderscheiden, ook binnen de wetenschapsjournalistiek zelf.

Marianne Heselmans

Dit is de vijfde boekbespreking in onze reeks. De eerste ging over The Chicago Guide to Communicating Science, de tweede over Houston, we have a narrative, de derde over If I understood you, would I have this look on my face? en de vierde Not A Scientist: How Politicians Mistake, Misrepresent, and Utterly Mangle Science.
Heb je zelf een boek waarvan je denkt dat hij in deze reeks past, dan horen we ’t graag!