Vakconferentie WTC 2016 – een verslag

Vrijwel het voltallige SciCom NL-bestuur was aanwezig op de WTC Vakconferentie 2016 in Utrecht. We hebben een kort verslagje geschreven van de diverse sessies die we hebben bijgewoond.

Keynote
Frans de Waal vertelt dat de vriendschap met Desmond Morris een stimulans was om te gaan schrijven.
In zijn nieuwste boek onderzoekt hij waar de weerstand vandaan komt om de intelligentie van dieren te accepteren. Dit keer houdt hij het niet alleen bij apen, maar laat verbluffende voorbeelden  uit het hele dierenrijk zien.
Ook veel dieronderzoek kan de prullenbak in.
Hij vindt veel nieuw onderzoek op Facebook, nog voor het gepubliceerd wordt.
Hij kiest er bewust voor om in zijn communicatie het onderzoeksproces centraal te stellen.
Populariseren vergt moed: je ontmoet tegenwind en ondervindt nadelen als wetenschapper.

Sessie 1 Leerecosysteem
Leren doe je niet alleen op school, maar overal en altijd. Hoe breng je samenhang in het leerproces? In Nederland spenderen kinderen 16% van hun wakkere tijd op school.
Joost Termeer is zoekende. Hoe kom ik van alle hokjes af? Zijn antwoord zoekt hij in het activeren van leerlingen, ouders en het netwerk om de school heen.
Maarten Reichwein evalueert na de zomer verschillende projecten die min of meer van nature zijn ontstaan. Hij vraagt zich af wat promotie is, wat communicatie, wat educatie en wat wetenschapswijsheid genoemd kan worden? Hoe worden projecten ingebed in een geheel en zorg je dat de ervaring beklijft?
Geert Kops zet in zijn benadering het wetenschappelijke proces van vraag, hypothese en experiment centraal. Jonge kinderen doen dit van nature, jammer dat ze het afleren in het schoolsysteem. Hij doet een pleidooi om het wetenschappers makkelijk te maken om aan wetenschapseducatie te doen. Nu is het terra incognita en is het simpelweg niet eenvoudig de weg te vinden. Ook zou hij het fijn vinden wanneer wetenschappers gestimuleerd worden om tijd vrij te maken voor dit soort activiteiten! Hier ligt een schone taak voor de vereniging.

Sessie 4 Diversiteit
Ik (Annette, red.) verwachtte een lofzang op diversiteit (aantoonbaar effect op innovatie, etc) maar het accent lag op de groepen ‘die het nog niet goed doen’: vrouwen, sociaal-economische achterstanden en de monocultuur op de universiteiten. Dat was even schrikken. @Astrofranka vertelde dat er op elk niveau talent verloren gaat. Meisjes presteren even goed, maar willen die mannenwereld gewoon niet in. Slechts 4% van de meisjes in het mbo kiest voor techniek. Nederland scoort echt slecht, ook internationaal gezien. Discussie over een cultuur van uitsluiting moet gevoerd worden. En dat gebeurt ook, vertelde Karin van der Zee van het VU. Ze gaf het voorbeeld van jonge filosofen die weigeren een canon te accepteren waar geen enkele vrouwenstem klinkt. ‘We zijn in Nederland niet zo goed in het omgaan met verschillen’, zegt ze. ‘Daar kan nog veel gewonnen worden’. Ze noemt als inspiratiebronnen ‘5 mindsets for the future’ van Howard Gardner, ‘Moral tribes’ van Joshua Greene de film ‘As it is in heaven’. Een groep bouwen op de eigenheid van de individuen zoals in deze film gebeurt, zou een inclusieve universiteit een stuk dichter bij brengen. En dan komt ie: de link tussen biculturalisme en creativiteit in een onderzoek van Leung & Chiu uit 2010. Netwerken opbouwen buiten de eigen groep, dat is misschien wel het belangrijkste dat we jonge mensen moeten leren. En dat valt nog niet mee, blijkt uit de samenvatting die Gabby Zegers probeert te geven aan de hand van de presentatie van Kate Biddall. Twee tips neem ik wel mee:

‘Engage a champion’ and ‘Ensure the activity is led by a young person’.

slide_image_0_citizen_scientists_ss_525x395-100375651-orig

Sessie 5 Citizen science: iedereen wetenschapper?
In tegenstelling tot wat in het programma stond, waren de initiatiefnemers van Sprekend NL van de NTR aanwezig, en niet Zooniverse. Met een app brengt Sprekend Nederland in kaart hoe Nederlanders aankijken tegen diverse accenten. Daarna werden de projecten Airbezen – fijnstofmeten met aardbeienplantjes in Antwerpen – en Ja, ik wil – een onderzoek naar ondertrouwactes via het platform VeleHanden.nl toegelicht.

Diverse lessen kwamen naar voren uit de diverse presentaties en discussie, waarvan de belangrijkste over de communicatie rondom een project. Je hebt natuurlijk die citizens nodig om mee te doen, dus die zul je eerst moeten vinden. En vooral voor langer durende projecten is het belangrijk om je citizens ook betrokken te houden. Incentives als cadeautjes werken blijkbaar niet, maar wat voor deelnemers van belang is, is onder andere dat je ‘kennis krijgt in ruil voor arbeid’:

– het is leuk om een workshop te krijgen ter voorbereiding,
– community building, bijvoorbeeld via bijeenkomsten als workshops of lezingen,
– inzage in persoonlijke en algemene resultaten,
– ‘gevoel dat je een bijdrage levert’.

Ook ‘nazorg’ is van belang. Zorg na afloop van het project ook voor een goede afsluiting voor de deelnemers. Verkijk je vooral niet op de hoeveelheid coördinatie en communicatie nodig is voor een citizien science project is de algemene boodschap, maar doe je het goed, dan kun je voor een relatief klein budget veel werk verricht krijgen.

Paar nuttige linkjes:
Eos Iedereen wetenschapper: http://www.iedereenwetenschapper.nl  en http://www.iedereenwetenschapper.be
European Citizen Science Association
16 juni KNAW Symposium, Amsterdam: Citizen science. De betrokkenheid van burgers in het wetenschappelijke proces

 

Fietsen

Sessie 6: Betrokken Wetenschappers
Met een bomvolle zaal is het duidelijk dat dit thema veel mensen aanspreekt. Vanuit het publiek worden vier vragen opgesteld die beantwoord kunnen gaan worden: 1) hoe krijg je wetenschappers zover om uit zichzelf te communiceren; 2) wat moet de universiteit doen om het bovenstaande te faciliteren; 3) móet echt elke wetenschapper betrokken zijn bij communicatie en 4) zijn er ook andere manieren om betrokken te zijn bij de maatschappij dan alleen communicatie? De meeste aanwezigen in de zaal zijn trouwens géén wetenschappers (slechts ~tien).

De vier sprekers hebben alleen een ander soort rol: Christian Vinkers is psychiater en onderzoeker en medeoprichter van dejongepsychiater.nl en houdt zich bezig met de vraag hoe je als wetenschapper op een gedegen manier kunt communiceren maar wel zodat gewone mensen het nog willen lezen. Olga Crapels werkt bij Naturalis en organiseert de After Dark-avonden en andere events met wetenschappers. Haar events zijn voor veel mensen vaak de eerste stap om mee te kunnen doen met publiek debat over science. Stefan de Jong is gepromoveerd bij het Rathenau en werkt nu als ‘kennismakelaar’ in Leiden, en wil beleid ontwikkelen om wetenschappers te stimuleren meer betrokken te zijn bij de maatschappij. Eveline van Rijswijk is redacteur bij de Universiteit van Nederland en organiseert van alles rondom de populaire online colleges.

Het gaat snel over hoe je mensen vindt en selecteert, en hoe je “the winners curse” kunt voorkomen (e.g.: dat steeds dezelfde mensen gevraagd worden omdat ze nou eenmaal in de media zijn). Dat is een lastig punt, het is vaak een associatief proces, via via, en soms door gewoon puur googlen op thema. Het scheelt ook per type activiteit en het tijdsbestek: niet elke wetenschapper is overal voor geschikt en het scheelt nogal of je nú iemand wilt of dat het ook over een paar maanden kan.

Soms kan communicatie best een flinke investering zijn voor wetenschappers: oefenen, voorbespreking, repetities etc. Olga Crapels zegt altijd dat een PechaKucha of flitscollege 6-8 uur voorbereiding kost. Voor de Universiteit van Nederland is dat natuurlijk meer.

Helaas zijn er nog steeds onwelwillende universiteiten: Ionica Smeets kent mensen die van de UL op hun kop hebben gekregen voor hun bijdrage aan de UvNL, Anne Dijkstra wordt na járen organisatie van een wetenschapscafé en opzetten van veel onderwijs nog steeds alleen maar beoordeeld op onderzoeksoutput. Moet communicatie dan gemeten en/of beloond worden? Ja en nee, zeggen de sprekers. Als het echt gemeten wordt, is een praatje op een festival straks net zoiets als een paper nu, en dat willen we niet. Moet uit intrinsieke motivatie komen, maar universiteitsbestuurders zouden er best eens wat meer waardering voor mogen hebben. Nu maar hopen dat zij dit ook lezen!

 

luisteren-7-3-2014-3-20-32-pm.jpg

Sessie 7; Kennisverspreiding door luisteren
Ruim veertig bezoekers kwamen naar deze sessie waarin luisteren centraal staat. Dus werd eerst gevraagd wat de verwachtingen waren. In het algemeen was de repliek dat dit de enige sessie was over luisteren en men vooral nieuwsgierig was om te kijken hoe dat wordt opgepakt.

Na het inleidende luisteren gaf Jelle Maas (Wageningen UR) een korte inleiding. In de combinatie van universiteit en instituten voor toegepast onderzoek  wordt bij Wageningen veel vraaggestuurd onderzoek uitgevoerd. Belangrijk onderdeel van het vraaggestuurd onderzoek is de vraagarticulatie, welke vraag wordt er nu daadwerkelijk gesteld? Wat is de vraag achter de vraag? Net als bij fundamenteel onderzoek worden de onderzoeksresultaten verspreid met dat verschil dat nu specifiek gekeken wordt naar de doelgroepen (de vraagstellers) en de impact. Wat kan de doelgroep met deze resultaten, wordt er een concreet handelingsperspectief geboden. De kanalen voor verspreiding worden specifiek afgesteld op de doelgroepen. Dus waar richting financier vaak volstaan wordt met een rapport of artikel wordt richting de ‘vraag-eigenaren’ vaak een extra stap gemaakt in de vorm van demonstraties (bijvoorbeeld op testlocaties), discussiegroepen en handleidingen. Ook de timing is van belang, het moet passen waar de doelgroep op dat moment ook mee bezig is, dus moet er goed geluisterd worden naar hun dynamiek. Henri Holster (Wageningen UR) liet aan de hand van casuïstiek zien hoe dat werkt bij onderzoek in de melkveehouderij.

In de vorm van een wereldcafé onder begeleiding van Marry van den Top en Kristel Klein (beide Wageningen UR) gingen de deelnemers zelf aan de slag om eigen ervaringen over vraagarticulatie, doelgroep bepaling en impact te vertellen en te luisteren naar die van anderen. Want kennisverspreiding door luisteren stond tenslotte centraal in deze sessie.

 

lab-glassware1

Sessie 8 Geen WTC-innovaties zonder samenwerken
Jeroen Wiegertjes zat deze interactieve sessie voor waar ongeveer 40 collega’s waren aangeschoven. Na een introductie van SciCom NL en SciComLab door Roy Meijer, vertelden Frank Nuijens en Giovanni Stijnen iets over de projecten waarvan zij opdrachtgever zijn binnen SciComLab. SciComLab is de proeftuin van SciCom NL, waar studenten (wetenschaps)communicatie aan de slag gaan met vragen uit de praktijk. Daarnaast biedt SciComLab een overkoepelend kader voor de uitkomsten van dat onderzoek, door de termen ecosystemen en interfaces te introduceren/gebruiken. Lees het visiedocument.

Frank heeft de studenten van SciComLab gevraagd om zich te buigen over een Virtual Research Environment (VRE). Zo’n (digitaal) platform is in ieder geval handig voor SciComLab zelf, om de samenwerking te bevorderen, en om resultaten te delen. Voor Giovanni zijn de Delftse studenten aan het werk aan een Societal Interface Lab (SIL). Welke rol kan Nemo/kunnen science centra spelen in het koppelen van nieuwe technologieontwikkelingen, als BioPunk, (interface dus) aan de maatschappij (het ecosysteem).
Science centra kunnen een verbindende rol spelen in het ecosysteem van wetenschap & technologie ontwikkelingen: Het bij elkaar brengen van verschillende stakeholders en het verlagen van drempels voor een bredere publieke participatie in dialoog over nieuwe technologie en maatschappelijke implicaties.
Zie onder andere ook de promotie van Andrea Bandelli over Contextualizing Visitor Participation: Science Centers as a Platform for Scientific Citizenship.

In beide casussen werken twee groepen studenten aan de opdracht, en Frank en Giovanni somden enkele voordelen op van het samenwerken met studenten op deze manier:

– studenten stellen vragen waar je als opdrachtgever misschien te snel overheen stapt, en oplossingen kunnen daardoor een andere richting krijgen dan je in eerste instantie verwacht,
– er ontstaan meerdere oplossingsrichtingen en inzichten,
– door mee te lezen met de theorie, krijg je als opdrachtgever ook nieuwe (theoretische) perspectieven aangereikt,
– de systematiek helpt je als opdrachtgever in je praktijk.

Naast veel vragen over wat het nu precies is, en wat de doelstellingen zijn, was er constructief commentaar om bijvoorbeeld aansluiting te zoeken met de Nationale Wetenschapsagenda. Daarnaast was er ook enthousiasme voor het idee en de noodzaak ervan.

De concrete vraag van SciComLab aan het publiek: wie heeft een casus voor SciComLab en wie heeft studenten die in dit kader zouden kunnen/willen werken? Met Evy Ceulleers van Innovirus in Brussel – zij zat ook in het publiek –  heeft SciComLab al contact; zij wil graag een SciComLab case worden. En wellicht dat de opleiding in Leiden hier ook mee aan de slag kan.

Sessie 9 Internationalisering
Brian Trench (PCST) vertelde over ‘universal concepts versus local differences in style and particularly in humour’. Hij heeft er een broertje dood aan wanneer internationalisering synoniem staat voor ‘anglofication’. Universiteiten gaan alles in het Engels aanbieden om internationale studenten te trekken, maar Brian doet een pleidooi om 90% in de lokale taal te doen en Engels vooral in het vak engels aan bod te laten komen.
Marc van Oostendorp @fonolog vertelde hoe de sleutel tot een internationale community ligt in de persoonlijke aanpak: handgeschreven slides, een informele en spontane sfeer, persoonlijke uitwisseling en ontmoeting op locaties wereldwijd. Sociale media die dialoog mogelijk maakt en de online discussie tussen studenten onderling, is wat een MOOC echt nieuw en speciaal maakt.
Tibisay Sankatsing Nava (Unawe) tenslotte vertelt dat er in het Rose project in 2010 in veertig landen onderzoek is gedaan welk wetenschappelijk onderwerp favoriet was bij zowel jongens als meisjes. ‘And the winner is….space/astronomy’. Dat is goed nieuws, omdat het eenvoudig is om alle mogelijke onderwerpen te verbinden aan het universum als uitgangspunt. En dat is precies wat UNAWE doet: ze ontwikkelen universele concepten die door lokale experts worden begeleid. Wereldwijd, 1000 astronomen in 60 landen.